Theo Jordans

Theo Jordans

Biografisch signalement


Theo Jordans werd geboren in 1956 te Venlo. Zijn jeugd in Venlo was een leven vol muziek. Hij volgde van 1976 tot 1981  de vrije afdeling aan Academie Minerva te Groningen. Daarna  volgde hij de eerste- graad opleiding tot leraar. Sinds 1985 woont hij in Groede. Hij is deeltijds werkzaam als docent beeldende vorming aan diverse onderwijsinstituten. Hij kreeg diverse prijzen voor zijn werk en exposeerde in binnen- en buitenland. Toen hij na de Academie een bestaan wilde opbouwen, werd het Zeeuws Vlaanderen. Nagenoeg bij toeval.  Maar het  Vlaamse landschap werd een veelzijdige inspiratiebron.



Uit Terloopse notities van Theo Jordans:


Voor Jordans' werk is het landschap essentieel, verder zijn dat koeien, hekken, kotjes en boerenschuren. Hij kent 't landschap met al die schuren en is bevriend geraakt met de eigenaars.
Jordans: " In die schuren ligt die enorme troep, al die voorwerpen die weggezet zijn en geen functie meer hebben. Ook de ruimte zelf met al die rommel is zo vol, en buiten gebruik geraakt. Over alles het stof, het is door elkaar gesmeten, opgetast, het roest. En de uitdaging als schilder is dat je een uiterst beperkt gamma van kleur en een rijkdom van vormen hebt. Binnen dat kleine gebied van kleuren moet je met je kleuraccenten en toon werken om de overdadigheid van vormen tot een geheel te brengen. De compositie is nummer één".
   


Het landschap is een onuitputtelijke bron van inspiratie

Licht, water en aarde. Op locatie leerde hij hoe hij deze elementen kon vangen in vorm, lijn, toon en kleur. In tekeningen, aquarellen, schilderijen en litho's. Het verhaal van het menselijk handelen in het landschap, dat zijn sporen naliet in kreken, boomdijken, bosjes met geriefhout, een lapje natuur, slingerende polderwegen en boerderijen, - dat alles vormt zijn onderwerp.
Jordans: 'Aan een aquarel werk ik wel lang. Op de dag zelf zet ik het buiten op en daarna werk ik er op het atelier aan verder. Dan probeer ik het een eigen leven te laten leiden, het los te laten komen van de concrete aanleiding. Het doet er ook niet meer toe, waar ik het gemaakt heb. Het krijgt een soort eigenheid waardoor je los komt van de plek en al doende krijg ik nieuwe idee├źn en invallen. Het verwondert me vaak dat de mensen vragen " waar heb je het gemaakt?". Vroeger gaf ik een aanduiding. Dan zeggen ze: " dat herken ik niet". Dat bedoel ik. Het is geen portret van een plek. Ik leg er mijn eigen laag overheen, althans dat probeer ik. Op het moment dat ik daar schilder ben ik een ander dan uren of dagen later op mijn atelier, dus ik werk ook anders. Vroeger gaf ik wel topografische titels maar dat doe ik nu met opzet niet meer.
Als je kijkt naar een landschap focus je voortdurend van de ene naar de andere punt, je kijkt heen en weer. Een schilderij zou zich dan ook niet moeten beperken tot één focus, dat vind ik de beperking van veel fotografie. Ik beschouw een landschap als een opeenstapeling van lagen, als het ware plakjes achter elkaar. Wat ik zou willen is, dat je in een werk, ook al is het betrekkelijk realistisch, die verschillende niveaus over elkaar heen legt. Dat je dan misschien wat abstractere vormen krijgt is er inherent aan, maar dat is niet het doel. Doel is te zoeken naar een verslag van hoe je kijkt en je kijkt met wisselende focus van het een naar het ander, steeds naar iets dat je opvalt, of waarop je geconcentreerd bent, wat je frappeert en dat hangt samen met wat er gebeurt, met veranderingen van licht bijvoorbeeld, of met verandering van stemming. Je hoort een geluid, een vogel, het zou een verslag moeten zijn waarin alles samenkomt, gelijktijdig en simultaan. Maar in de schilderkunst is dat moeilijk, het is geen literatuur waarin je het verhaal op meerdere niveaus en met verschillende gezichtspunten kunt vertellen
".
 

Lo van Driel


Binnen Buiten


Theo Jordans, tekenaar, landschapsschilder, aquarellist en lithograaf, zocht het buiten en binnen. Binnen verwees hem terug naar buiten. Het valt in deze tijd zwaar te blijven zoeken naar goede berichten en uit de omgeving waar hij leeft en werkt. Een oud Hollands polderlandschap wordt gladgestreken tot uniform poldermodel. Speelse natuur- en cultuuraccenten verdwijnen onder de grond. Sporen orden uitgewist. Veelheid en afwisseling gaan teloor. Net nog op tijd ontdekte Jordans een wereld die nog blijven nagloeien in dit overgeorganiseerde land: de landbouwschuur. Hij is nog in gebruik maar in slechte en haastig opgelapte staat. Ieder jaar verdwijnen er. Maar hier vond hij wat hij zocht: gecomprimeerd en intact een afgesloten wereld van maximale uitdrukkingskracht, van licht en donker, vol ruimtelijke werking en sprekende details, vol bezieling en stilte, een sfeer van gestolde tijd. Hij zag tractoren en landbouwmachines geparkeerd onder gebinten nog afkomstig van gesloopte VOC- schepen. Hij stuitte op de vreemdste objecten zoals de reuzen vlieger van een excentrieke boer of een zak waar geslachte kippen op konden uitdruipen. Jordans was al enige tijd zo bezig voor hij ontdekte dat hij in feite op reis was door zijn eigen labyrint, een wereld schuilgaand achter stof en spinrag en beschenen door een ontraceerbaar licht. Hij betrapte het massaproduct op het moment van de grootste geladenheid: dat na gebruik en voor vernietiging. Het moment dat de dingen zichzelf mogen zijn in eigen ruimte en tijd. Aanvankelijk uitsluitend in waterverf, maar later ook in gemengde technieken en acryl heeft Jordans deze wereld uitgebeeld en leren kennen. In het vroegste werk toont hij de grote ruimtes met hun grillige dakconstructies, ribbenkasten waar het daglicht doorheen sijpelt. Lager de muren en muurfragmenten, doorkijkjes vanuit verschillend standpunt, bandenstapels en oud roest, draperie├źn van landbouw- plastic. Slordig opknapbeurten inspireerden tot passende kleuraccenten: likken menie en vuil groen op gebutste tractoren. In grijze interieurs lichten blauw beschilderde oppervlakken helder op.
Aanvankelijk bood het schuurinterieur genoeg stof voor ontdekkingstochten naar verborgen ruimte en tijd, waar Jordans in aanraking kwam met het massale en minimale in deze microkosmos. Toch was het onvermijdelijk dat hij moest ervaren dat er iets ontbrak. Waar was de warme adem van het leven van schuur en stal? Het vee moest zijn entree maken in plaatsen die geen musea zijn maar nog steeds gebruiksruimtes. Het vee bracht de buitenwereld mee naar binnen en voerde Jordans- en de kijker- weer terug naar het landschap. Het is verleidelijk een schilder die zo bezig is psychologisch te benaderen. Maar Jordans zocht zeker niet bewust naar uitdrukkingsmiddelen voor wat hem innerlijk bewoog. Eerder gaat hij opportunistisch te werk. Buiten zoekt hij de plaatsen op waar het landschap de beste beeldaspecten biedt: lijn, toon, structuur en compositie. En ook de schuur is geen bewuste keuze, eerder een ontdekking, een ontdekking van een nieuwe wereld die al schilderend verkend kan worden. Zo is er voor hem de betekenis van de schuur en het landschap als metaforen van het menselijk innerlijk een opgedane ervaring, geen uitdrukkingsmiddel. Het buiten- en binnenwerken zijn letterlijk en figuurlijk standpunten van waaruit hij werkt, op zoek naar vorm, toon, lijn, structuur, kleur.Het blijft steeds weer een verrassing en een bron van vreugde dat betekenis en zin, ook in het landschap of in een interieurs in verval, daarin misschien wel juist daarin ,terug te vinden zijn. Er zijn wezenlijke dingen die zich kennelijk buiten het menselijk willen en handelen om voltrekken. Voor zover zij de mens aangaan, voltrekken zij zich aan hem, niet dor hem. Is het daarom dat Jordans de waarneembare wereld als uitgangspunt neemt in zijn werk?
 

Dr. R. de Melker


TvZ / Lucid